Na mijn 50e verjaardag begon ik meer fysieke klachten te krijgen

Het werd onvermijdelijk: ik moest wel met mijn lichamelijke klachten aan de slag. Dat betekende dat ik mijn angst voor artsen moest zien te overwinnen. Ik bleek meervoudige PTSS te hebben en ben daar met een reeks EMDR behandelingen grotendeels vanaf gekomen. Ook het bewuste dokter-trauma werd behandeld. Daardoor was de angst en de schaamte voor artsen verdwenen zodat ik eindelijk met mijn lijf aan de slag kon gaan. Ik had pijnlijke heupklachten door artrose en daar kwam in 2016 een fikse nekhernia bij. Volgens de neurochirurg kon ik niet geopereerd worden, het zou vanzelf overgaan. Dat gebeurde alleen niet. Daarnaast had ik ook al veel jaren last van mijn stuitje na een val. Mijn bilspier raakte overbelast, waarschijnlijk door verkeerd zitten of bewegen daarna. Staan, zitten, lopen, fietsen en zelfs liggen was zó pijnlijk. Deze pijn brak dwars door de morfinepleisters heen en de spierpijn trok door mijn hele lijf.   

In februari 2019 zat ik voor de zoveelste keer bij de huisarts. We liepen na wat ik allemaal zelf had ondernomen om van de pijn af te komen: zware pijnstillers (ik plakte en slikte op een gegeven moment alles wat ik maar te pakken kon krijgen), fysiotherapie, sportarts, holistische massages, chiropractie en zelfs hypnose. Ik liep er financieel op leeg, maar niets hielp. Ik was zogezegd uitbehandeld. Ik zou ermee moeten leren leven. Net toen ik teleurgesteld de spreekkamer wilde uitlopen, riep de huisarts mij terug en begon over revalidatie.  “Revalidatie? Dat is toch voor mensen die na een ongeval, beroerte of hartinfarct weer ‘opgelapt’ worden?” was mijn eerste reactie. Met die verwachting kwam ik bij Revalidatiecentrum Haaglanden terecht. En toen ging er een nieuwe wereld voor mij open.   

Bij de eerste intake en later de multidisciplinaire intake, werd mij uitgelegd wat ik kon verwachten en gingen we doelen formuleren. Er heerste een prettige warme sfeer, waardoor ik mij gelijk veilig voelde. Ik had openhartig verteld over mijn vroegere ‘doktersangst’ en daar ging iedereen heel zorgvuldig mee om. Het gebaar van fysiotherapeut/manueel therapeut Huub, om tijdens zijn onderzoek even een handdoek over mij heen te leggen zodat ik er niet al te gênant bij lag, ontroerde mij. Ook al hoefde ik geen enkel kledingstuk uit te trekken, zo behield ik gevoelsmatig mijn ‘waardigheid’. Daar was over nagedacht. Alles bij elkaar kreeg ik een hele goede indruk en die is later ook volkomen waargemaakt. Ook de revalidatiearts was heel begrijpend en toegankelijk en –net als ik – dropliefhebber. Dat scoort sowieso punten bij mij.

Na de eerste serie tests door fysiotherapeut Marlon begon het traject dan echt. “Zaaltraining, dát ken ik”, dacht ik toen nog naïef. Want ik had bedacht dat ik ging trainen om sterker te worden. Het belangrijkste doel bleek niet presteren te zijn, maar ontdekken waar mijn grenzen lagen en het vergroten van mijn beweeglijkheid. Mijn lijf zat her en der goed op slot. De behandelaren hielpen mij te ontdekken wat ik in mijn lijf voelde door verschillende oefeningen en ontspanning. Ik heb in de beginperiode heel veel gehuild, om alles en om niks. Ik moest er heel erg aan wennen dat iedereen zo aardig was, dat mijn grenzen gerespecteerd werden en dat men zelfs niet probéérde mij die te laten verleggen. “Als dit jouw grens is, dan is dat o.k.”, zei fysiotherapeut Laura vaak. Zó vaak, dat ik het ging geloven en accepteren. Na de eerste weken begeleiding door Laura nam Marlon het over met handige tips en adviezen en halverwege mijn behandeling kwam fysiotherapeut Amber erbij. 

De educatie in combinatie met de oefeningen maakten dat ik de werking van mijn lichaam en mijn klachten steeds beter ging begrijpen. Ook leerde ik dat ik weldégelijk invloed kon uitoefenen op mijn klachten. Dat doe ik door een andere lichaamshouding, door veel rust, maar vooral ook door de klachten anders te beleven. Ik leerde om klachten en gedachten niet meer te veroordelen en ze er gewoon te laten zijn. Dat gaf rust. Het maakte mij niet meer uit als anderen om mij heen veel harder konden lopen, fietsen of trainen. Het was geen wedstrijd en ik hoefde niet te presteren of iets te bewijzen. Ik kon gewoon mijzelf zijn. En ik mocht mijn rust nemen, zo veel en zo vaak als ik nodig vond. 

Het belangrijkste doel was niet presteren maar mijn grenzen ontdekken en mijn beweeglijkheid vergroten

Willemijn