Oud-patient Willemijn deelt haar bijzondere verhaal over haar revalidatietraject

Terwijl de zon in de verte de lucht roze, rood, lila en paars verft, rek ik mij nog eens uit op mijn vrolijke gele stretcher. Ik voel hoe en waar mijn lijf het ligbed raakt. De pijn is er ook. Ik hoor krekels en in de verte protesteert een buurbaby tegen zijn bedtijd… Ik ben heel dicht bij mijzelf op dit moment en geniet daarvan. Er is geen wolkje aan de lucht, geen oordeel, geen ergernis, alleen maar een diepe tevredenheid. Tegelijkertijd ben ik verbaasd: ‘Ben ík dit?’. Een paar maanden geleden was het ondenkbaar dat ik langer dan vijf minuten stil kon zijn. Dat ik ongemak en pijn kon accepteren. In mijn situatie kon berusten. Zonder irritatie allerlei geluiden kon aanhoren. Maar vooral dat ik mijzelf kon waarderen en weer toekomstperspectief zou zien.  

Toen mij verteld was dat ik met chronische pijn moest leren leven, riep dat veel gevoelens en emoties op. Vooral frustratie, boosheid en verdriet hadden de overhand. Ik heb nooit een gemakkelijk leven gehad en nu dit óók nog…

Ik neem je even mee in mijn roerige leven. Mijn moeder verongelukte toen ik 9 jaar oud was. Mijn vader hertrouwde snel daarna, maar mijn stiefmoeder wilde geen tweedehands kinderen. Het gevolg was dat ik van pleeggezin naar pleeggezin ging. Al die verhuizingen hadden zijn weerslag op mijn schoolopleiding. Ik zakte van het Atheneum steeds verder af tot aan de Mavo. Op zoek naar geborgenheid kwam ik bij een sekte terecht, waar ik vervolgens vijf jaren vast heb gezeten. Eenmaal daar uit ging ik werken, trouwde en scheidde weer vrij snel. Uit mijn tweede huwelijk kreeg ik twee mooie zoons, maar ook deze relatie hield geen stand. Ik had last van chronische vermoeidheid, ik studeerde en werkte wel, maar mijn carrière kwam nooit echt van de grond, omdat ik het nergens uithield. Ik kreeg financiële problemen. Dat begon met structureel te veel geld uit te geven en werd uiteindelijk een koopverslaving.

Mijn jeugd was doorspekt met seksueel misbruik in allerlei vormen. Op mijn 17e werd ik bijvoorbeeld seksueel misbruikt door een arts. Hierdoor ontwikkelde ik een grote angst voor alles wat een witte jas aan had. Ik had geen enkele veilige basis. Het gevolg was áltijd problemen met mensen en ik ontwikkelde een angststoornis met hallucinaties. Ik hoorde voortdurend gesprekken tussen mensen die mij over van alles beschuldigden. Het was alsof alle mensen mijn gedachten konden lezen, want waarover ik had nagedacht hoorde ik dan hardop terug. Geloof me, dat was enorm bedreigend. Ik wist niet waar ik het zoeken moest. Het was nooit stil in mijn hoofd.
Ik kreeg op jonge leeftijd al last van depressies en in mijn latere leven openbaarde zich een bipolaire stoornis.
Door deze stoornis kreeg ik enorme energiepieken (hypomanie) en daarna stortte ik weer in. Ik benutte wel volop de energie tijdens zo’n hypomanie, maar ik had niet door dat ik mijzelf fysiek uitputte.

Ik liet mij alleen behandelen voor psychische klachten en liet de lichamelijke klachten zoveel mogelijk links liggen. Mijn lijf was ‘de vijand’. Daar waren dingen mee gebeurd waarvoor ik mij afsloot; waar ik niets mee te maken wilde hebben. Als het lijf protesteerde dan negeerde ik dat. Ik verdrong het met medicijnen of een (energie)drankje.  

Mijn lijf was ‘de vijand’. Als mijn lijf protesteerde dan negeerde ik dat

Willemijn